Dieseltrein DE3

Dieseltreinstel NS 26

In de jaren ’30 van de vorige eeuw was de stroomlijnvorm de grote mode en de Nederlandsche Spoorwegen gingen daarin mee en namen in 1934 veertig dieselelektrische treinstellen in dienst van een in veel opzichten baanbrekend ontwerp. Daarmee rekende de NS af met zijn verouderde imago van stoom en houten banken.

In de jaren ’30 van de vorige eeuw was de stroomlijnvorm de grote mode: alles moest gestroomlijnd zijn, van stofzuigers tot auto’s. Ook de spoorwegen ontkwamen niet aan die rage. Nu was stroomlijn niet geheel nieuw bij het spoor: de Nederlandsche Centraal Spoorweg-Maatschappij kocht al in 1910 een serie sneltreinlocomotieven die een beperkte vorm van stroomlijn bezaten.

In Duitsland kwam in 1933 de ‘Fliegende Hamburger’ in dienst, een gestroomlijnd tweedelig treinstel dat de rijtijd tussen Berlijn en Hamburg aanzienlijk verkortte. Nederland kon natuurlijk niet achterblijven en voor het imago van de NS kon het zeker geen kwaad om te laten zien dat het bedrijf met zijn tijd meeging. Er werd besloten tot een eigen ontwerp van een driedelig treinstel, waarbij in het middelste rijtuig een machinekamer werd ingericht waarin twee grote dieselmotoren een plaats vonden. Het treinstel kende alleen tweede en derde klasse en geen eerste klasse. De banken in de derde klas waren met leerdoek bekleed en dat was een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de gebruikelijke houten banken. De 40 nieuwe treinen werden geleverd door drie Nederlandse fabrikanten: Werkspoor, Beijnes en Allan. In 1934 was het zover: de nieuwe ‘diesels’ werden in gebruik genomen, begeleid door een enorme promotiecampagne. De aflevering ging echter minder snel dan gepland, waardoor toch nog een aantal treinen met stoomtractie moest worden gereden. Ondanks dat trokken de nieuwe treinen heel veel aandacht: de strakke vormen, de lichtgrijze kleur en de moderne aandrijving maakten van de NS ineens een modern bedrijf. Fabrikanten van allerlei producten haakten aan en zo kwam bijvoorbeeld Diesel-waspoeder op de markt. Helaas duurde de euforie niet lang want de dieselmotoren begonnen steeds meer problemen te vertonen en al snel moest een aantal treinen aan de kant worden gezet en eerst worden gerepareerd. Maar in 1936 waren alle problemen opgelost.

Ontwikkeling:

In de ban van de vooruitgang

Argumentatie:

De dieselelektrische treinstellen van de NS uit 1934 belichamen de stroomlijnrage uit die periode. De nieuwe treinen braken met alle tradities: ze hadden een lichte grijze kleur in plaats van somber groen, het comfort voor met name de derdeklassereiziger was aanzienlijk verbeterd, het was voor het eerst dat dieselelektrische tractie werd gebruikt voor treinen voor lange afstanden en de vorm van de treinen was zeer opvallend en vernieuwend.

Argumentatie object:

Treinstel NS DE 27 is het enige exemplaar dat is overgebleven van een serie van 40 treinstellen van een baanbrekend ontwerp.

Locatie:

Het Spoorwegmuseum, Utrecht

Links: