Nederlands Wegenbouwmuseum

Asfaltspreidmachine

Werkvoertuig

Nadat het Rijkswegenplan en de Wegenbelastingwet waren aangenomen, werd met name na de Tweede Wereldoorlog in ons land een zeer dicht netwerk van wegen aangelegd. De wegenbouw mechaniseerde daarbij sterk en zo werd, naast de motorwals en de laadschop, de 'asfaltspreidmachine' in gebruik genomen.

In ons land werd in de 20e eeuw een opvallend dicht netwerk van wegen aangelegd. De snelle verbreiding van fiets en auto noopte tot een stevige aanpak van het ‘wegenvraagstuk’ In 1927 zien we één van de belangrijkste mijlpalen in de geschiedenis van de mobiliteit in Nederland in het bijzonder en die van de Ruimtelijke Ordening in het algemeen: het Rijkswegenplan werd aangenomen, voorafgegaan door de Wegenbelastingwet van 1926. Al in de jaren 1930 werd een aantal rijkswegen aangelegd, waaronder de eerste snelweg, de huidige A 12 tussen Den Haag en Utrecht. Daarnaast kwamen ook veel wegen ‘van een lagere orde’ tot stand, onder andere de provinciale wegen.

Door de Tweede Wereldoorlog moest de uitvoering van een deel van de plannen wachten, maar daarna werd de draad snel weer opgepakt. Met name in de jaren 1960 en ’70 kwam het huidige net van snelwegen in hoofdlijnen tot stand, al waren veel plannen uit 1927 al weer aangepast aan nieuwe ontwikkelingen. Ook werden nieuwe provinciale, regionale en lokale wegen aangelegd, terwijl bestaande wegen belangrijk werden verbeterd. Gezien de mobiliteitsexplosie van de jaren 1960 bleek dat allemaal hard nodig.

De wegenbouw werd ondertussen steeds kapitaalintensiever en innovatiever. Naast de motorwals en de laadschop was de ‘asfaltspreidmachine’ in deze tijd één de meest markante technische ontwikkelingen. Het met de hand verspreiden van het hete asfalt was voor de arbeiders zwaar werk, dat nu kon komen te vervallen, een belangrijke verbetering van de arbeidsomstandigheden. Daarnaast maakte de voortdurende stijging van de lonen na de oorlog (loonexplosie van de jaren 1960) verdere mechanisering noodzakelijk, net als in andere takken van de economie.

In 1947 werd door de Koninklijke Maatschappij Wegenbouw (nu Volker Stevin) de eerste asfaltspreidmachine van de Engelse firma Barber Greene geïmporteerd. Het is lange tijd het bekendste merk geweest en bij 90 % van de wegenbouwers in gebruik. Men sprak dan ook van een ‘Barber Greene’ in plaats van een spreidmachine; merknaam werd soortnaam. Ze werden in de loop van de tijd natuurlijk wel steeds moderner, maar het principe bleef hetzelfde.

Ontwikkeling:

Wegennet

Argumentatie:

De asfaltspreidmachine representeert een aantal belangrijke ontwikkelingen in de geschiedenis van de Nederlandse mobiliteit en ruimtelijke ordening. In de eerste plaats de zeer sterke uitbreiding van het wegennet in Nederland, samenhangend met de naoorlogse mobiliteitsexplosie, en dan met name de uitvoering van het Rijkswegenplan van 1927 en de daaropvolgende aanpassingen van dit plan. Het Rijkswegenplan is één van de 35 iconen, die zijn opgenomen in de Canon van de ruimtelijke ordening van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. In de tweede plaats representeert de asfaltspreidmachine de sterke mechanisering van de wegenbouw in deze periode, die een belangrijke verbetering van de arbeidsomstandigheden betekende, maar ook noodzakelijk was door de voortdurende loonstijgingen na de oorlog.

Argumentatie object:

Barber Greene leverde lange tijd veruit de meeste asfaltspreiders en de merknaam werd een soortnaam. De getoonde 'Barber Greene - Olding type 879 A' uit 1948 representeert de periode, waarin deze machines voor het eerst in gebruik werden genomen en is daarin het enige exemplaar dat als erfgoed behouden bleef. Oorspronkelijk uit de collectie van het Nederlands Wegenbouwmuseum, is deze tegenwoordig eigendom van de stichting 'Bouwmachinesvantoen' in Vinkel.

Locatie:

Stichting BouwmachinesvanToen te Vinkel

Links: