Char à bancs

Koetsierrijtuig met vierspantuig en palfreniers

De Industriële Revolutie brengt in de 19e eeuw ook in Nederland economische voorspoed. Ondernemers en bankiers hebben veel te besteden. Zij kopen nieuwe, moderne en comfortabele rijtuigen. Behalve koetsiersrijtuigen zijn er de sportrijtuigen, zoals deze Char à Bancs, waarmee de heren zélf uit rijden gingen en de paarden konden mennen.

Rond 1900 bestelde Van Loon een Char à Bancs bij de toen befaamde Amsterdamse rijtuigbouwer Schutter & Van Bakel. De jonkheren maakten met de Char à Bancs vele ritten, onder andere door het Vondelpark. Behalve om aangename en sportieve vrijetijdsbesteding ging het hier om ontmoeting en statusbevestiging. Alle rijtuigen waren uitgevoerd in de heraldische kleuren van de jonkheren Van Loon met het familiewapen op de zijkant en met bijbehorend tuig; personeel ging in passend livrei.

Maar ook als de jonkheren zelf reden, in de Char à Bancs bijvoorbeeld, was voor iedereen duidelijk wie daar reed. En van afstand was te zien wie er tegemoet kwam, zodat men wist of er wel of niet gegroet moest worden. De komst van de auto in de 20e eeuw verdreef de rijtuigen uit het straatbeeld, ook bij de welgestelde families. De jongere generatie waardeerde vooral het sportieve element van het ‘uit rijden gaan’ en zij verruilden een sportrijtuig als de Break voor een snelle automobiel. Ze ontleenden hun status liever aan zo’n gemotoriseerde ‘avonturenmachine’.

Ontwikkeling:

In de ban van de vooruitgang