Henk Graalman

Elektrische stadstram

Elektrische tram GVBA 869

In de jaren ’50 van de vorige eeuw leek de toekomst van de tram bezegeld: de tram had het imago van een ouderwets vervoermiddel dat weinig flexibel was. Veel tramlijnen in Amsterdam werden omgezet in buslijnen. Vanaf 1957 kwamen er echter moderne trams in dienst, die erg in de smaak vielen bij het publiek.

Op 1 januari 1900 werd de Gemeentetram Amsterdam (GTA) opgericht. Dat was het startsein voor de elektrificatie van het paardentram-net die al in 1904 grotendeels was voltooid. Het tramnet groeide daarna als kool. Alle wijken (behalve die aan de overzijde van het IJ) werden erop aangesloten. In de jaren ’50 ging er echter een andere wind waaien. De tram werd als ouderwets gezien en de toekomst was aan de flexibelere bus. Verschillende tramlijnen werden vervangen door busdiensten. Alleen de Leidsestraat en de Utrechtsestraat waren te smal voor bussen en hier bleef de tram dan ook rijden. Maar het oude trammaterieel had zijn beste tijd gehad. Na de Tweede Wereldoorlog waren de personeelskosten sterk gestegen en het aantal werkuren nam af. Bovendien was het lastig om aan voldoende personeel te komen. Daarom schafte men vanaf 1957 trams met een grote passagierscapaciteit en van een modern ontwerp aan voor de routes door de genoemde straten. Met zo weinig mogelijk personeelsleden konden dan zoveel mogelijk reizigers worden vervoerd. De opvallend lange grijs-witte trams oogden eigentijds en vielen meteen in de smaak bij de reizigers. De plannen voor verbussing van een aantal tramlijnen werden in de ijskast gezet. In totaal werden er tot 1968 160 trams van dit model gebouwd. Dit waren de eerste trams in Amsterdam die uit meerdere met elkaar verbonden delen bestonden, zogenaamde gelede trams. De trams van de twee eerste series uit 1957-59 bestonden uit twee delen. Vanaf 1959 werden er nog langere trams aangeschaft die uit drie delen bestonden.

In 1968 werd besloten tot de bouw van een metronet in Amsterdam. De bouw ervan liep veel vertraging op en daardoor kreeg de Amsterdamse tram opnieuw een impuls. Bestaande lijnen werden verlengd tot in de buitenwijken en om meer vervoer aan te kunnen werden de trams van de eerste serie in 1972-1973 verlengd met een middenstuk.

Ontwikkeling:

Verstedelijking

Argumentatie:

Deze tram staat voor een belangrijke ontwikkeling in de geschiedenis van het Nederlandse railvervoer. In de periode na de Tweede Wereldoorlog werd de tram in Nederland in het algemeen gezien als een verouderde manier van vervoer. Het succes van dit modern vormgegeven type met een grote reizigerscapaciteit is van doorslaggevende betekenis geweest voor het voortbestaan van de tram. Voorzien van krachtige motoren konden de nieuwe trams snel optrekken in het steeds drukker wordende verkeer. De trams van dit type werden ontworpen door Jaap Penraat en Friso Kramer, die tot de meest vooruitstrevende industrieel ontwerpers van Nederland behoorden.

Argumentatie object:

De GVBA 869 is de oudste vertegenwoordiger van de gelede tram. Er zouden nog vele exemplaren volgen en het type is in Amsterdam lange tijd beeldbepalend geweest. Naast allerlei nieuwe technische snufjes waren deze trams modern vormgegeven met een gestroomlijnde wagenbak in een lichtgrijze met witte kleurencombinatie. De tram is gebouwd door Beijnes in Beverwijk. In 1972 werd de tram van een middenbak voorzien, waardoor de capaciteit fors toenam. Het nummer van de tram werd daarbij veranderd van 569 in 869.

Links: