Elektrische stadstram

Elektrisch motorrijtuig RET 408

Rotterdam moderniseerde vanaf 1929 zijn tramnet. Daarvoor waren nieuwe elektrische trams nodig. Men koos voor een forse, vierassige tram, met een middenbalkon en een lage instap. De nieuwe motorwagens vormden de op één na grootste serie motorwagens die ooit in Nederland als serie zijn besteld en gebouwd.

In 1927 kwam het Rotterdamse trambedrijf in gemeentehanden. De nieuwe directeur, J.G.J.C. Nieuwenhuis, plande een totale modernisering van het trambedrijf. Nieuwenhuis liet tellingen uitvoeren: wie stapte waar over, hoeveel mensen waren dat en op welke tijdstippen van de dag. Op basis daarvan maakte hij een plan voor een nieuw tramnet. Voor dit plan had de Rotterdamse Elektrische Tram (RET) nieuwe trams nodig. Het plan zou in drie fases worden ingevoerd en in 1931 voltooid moeten zijn. Fase 1 ging in 1929 in.

Voor de uitvoering van de fases 2 en 3 waren nieuwe trams nodig. De keus viel op een fors vierassig type met een voor die tijd lage instap en een groot middenbalkon. Dat maakte de serie als stadstram in Nederland uniek. De bestelling was 50 motor- en 20 bijwagens groot. De wagens waren geheel van staal, uiterst modern in die tijd. Zij hebben jarenlang het straatbeeld van Rotterdam bepaald. De rijtuigen vielen in de smaak, want de RET besloot spoedig om de 20 aanhangrijtuigen om te bouwen tot motorwagen en nog eens 100 motorwagens en 20 bijwagens te bestellen.
In 1931 waren alle 190 bestelde vierassers afgeleverd. De crisistijd brak aan en het vervoer verminderde drastisch. De opening in 1937 van het voetbalstadion van Feyenoord was voor de RET een opsteker. Soms waren 80 extra trams nodig om de duizenden toeschouwers te kunnen vervoeren. De laatste wagens reden tot 1969 in de lijndienst.

Motorrijtuig 408 is geleverd in 1929 en heeft tot 1964 probleemloos zijn diensten gereden. De motorwagen vertoefde jarenlang in Engeland en was particulier eigendom van iemand die met de wagen op een privé-tramlijntje van 60 meter wilde rijden. Van het plan kwam niet meer dan de verscheping in 1965 van de tram naar Engeland. In 1995 keerde de motorwagen terug naar Rotterdam en deze wacht nu op restauratie.

Ontwikkeling:

Verstedelijking

Argumentatie:

Elektrisch motorrijtuig RET 408 is de representant van een belangrijke ontwikkeling van het Nederlandse railvervoer, namelijk de modernisering van stadstrams door de uitvoering met draaistellen, in plaats van twee vaste assen, een middenbalkon voor centraal in- en uitstappen, filmkasten voor de bestemmingsaanduiding en de eerste toepassing van een optische signaalinrichting tussen reiziger en bestuurder. Het motorrijtuig is de representant van een beeldbepalend type, waarvan tientallen exemplaren, gedurende ruim dertig jaar dienst hebben gedaan in de stad Rotterdam. Motorrijtuig 408 representeert de voortgang van de techniek en de verbetering van het comfort bij de tweede generatie elektrische stadstrams vanaf 1929. Er werd aansluiting gezocht op internationale ontwikkelingen. Middenbalkontrams waren in de jaren twintig op grote schaal in Parijs toegepast en vonden internationaal navolging. Door overname van de op winst gerichte particuliere maatschappijen door gemeentelijke diensten kwam een aanzienlijk budget beschikbaar voor vernieuwing van het wagenpark.

Argumentatie object:

Elektrisch motorrijtuig RET 408 is de enige bewaard gebleven representant van de eerste en daarmee oudste 50 tramwagens van een serie die uiteindelijk uit maar liefst 170 trams bestond.

Locatie:

Stichting RoMeO, Rotterdam

Links: