Elektrische trein ‘Blokkendoos’

Elektrische trein type 1924

In 1927 werd de 'Oude lijn' Amsterdam - Rotterdam geëlektrificeerd. Dit was de start van een omvangrijk elektrificatieprogramma van de Nederlandsche Spoorwegen. Het eerste elektrisch materieel werd naar het jaar van oplevering 'Mat '24' genoemd, maar naar de hoekige vorm ook wel 'Blokkendozen'.

In 1927 werd de ‘Oude lijn’ Amsterdam – Rotterdam geëlektrificeerd. Dit was de start van een omvangrijk elektrificatieprogramma van de Nederlandsche Spoorwegen. Het eerste elektrische materieel voor deze lijn werd naar het jaar van oplevering ‘Mat ’24’ genoemd. Het werd ontworpen onder leiding van Ir E. Bolleman Kijlstra, belangrijk huisontwerper van de Nederlandsche Spoorwegen. Tussen 1924 en 1932 werden onder andere door Werkspoor en Beijnes in totaal 130 motorrijtuigen en 131 tussenrijtuigen gebouwd, in veel variaties: eerste, tweede en derde klasse. Er waren ook motorrijtuigen met een bagageafdeling. De treinen reden in allerlei samenstellingen, al naar gelang de vervoersbehoefte: boottreinen Amsterdam – Hoek van Holland alleen 1e en 2e klasse; sneltreinen 1e, 2e en 3e klasse; stoptreinen 2e en 3e klasse; werkliedentreinen alleen 3e klasse. Dit en de hoekige vorm zorgde later voor de bijnaam ‘Blokkendozen’. De latere gestroomlijnde treinstellen hadden die mogelijkheden namelijk niet.

De elektrificatie van spoorlijnen werd economisch rendabel, waarbij elektrisch treinen ook veel frequenter konden stoppen dan stoomtreinen. Het aantal stopplaatsen kon worden vergroot, waarmee het snelgroeiende aantal nieuwe buitenwijken en forensendorpen beter werd bediend.

Het waren de eerste stalen spoorrijtuigen in ons land. In eerste instantie werden ze in olijfgroen met crème afgeleverd. Al snel werden ze geheel donkergroen geschilderd. Het schoonhouden van de lichte kleuren bleek te begrotelijk.

Al in de jaren ’30 werd begonnen met de bouw van veel moderner, gestroomlijnd materieel. Eind jaren ’50 verdwenen de Blokkendoostreinen van de baan. Veel rijtuigen werden omgebouwd tot getrokken rijtuigen, om dienst te doen achter elektrische locomotieven. Een behoorlijk aantal werd omgebouwd tot werkwagen voor bijvoorbeeld het onderhoud van spoorlijnen. In de periode 1956-1960 zijn 25 motorrijtuigen verbouwd tot motorpostrijtuigen, voor het postvervoer. Daardoor kon men aparte treinen laten rijden voor het postvervoer en hoefde de post niet meer met personentreinen te worden vervoerd.

Ontwikkeling:

Woon-werkverkeer

Argumentatie:

Tijdens het Interbellum vinden op economisch en technisch gebied essentiële ontwikkelingen plaats. De verbrandingsmotor komt tot rijpheid en ook de elektromotor wordt volwassen. Elektrificatie van spoorlijnen werd daarmee economisch rendabel. De elektrificatie in de jaren dertig tot vijftig van de twintigste eeuw vergemakkelijkte onder andere het frequent stoppen. Als de eerste elektrische treinen die in het kader van het omvangrijke elektrificatieprogramma van de NS in de jaren 1930 tot en met '50 werden ingezet, representeert het 'Blokkendoostreinstel' een cruciale ontwikkeling in de Nederlandse mobiliteitsgeschiedenis. De grote schaal, waarop de elektrificatie plaatsvond maakte deze treinstellen decennialang beeldbepalend. Verder vertegenwoordigen deze treinstellen het proces van verstedelijking tijdens het Interbellum, waarbij een groot aantal nieuwe buitenwijken en forensendorpen ontstond.

Argumentatie object:

Er zijn op verschillende plaatsen in Nederland losse rijtuigen Mat '24 behouden. De driedelige donkergroene trein 'Blokkendozen' van Het Spoorwegmuseum (motorrijtuig + tussenrijtuig + stuurstandrijtuig) geeft als enige een representatief beeld van de elektrificatie in ons land vanaf de jaren 1930. Aangevuld met het olijfgroen-crème motorrijtuig van de 'Ontspanningsvereniging Nedtrain Haarlem' toont bovendien de relatie tussen kleurstelling en de noodzaak tot kostenbeheersing in deze tijd.

Locatie:

Het Spoorwegmuseum, Utrecht

Links: