Bert van der Kruk

Nederlands-Indië

Stoomlocomotief voor suikerplantage

Vanaf het eind van de 19e eeuw ontwikkelden Nederlandse bedrijven in Nederlands-Indië grootschalige plantages voor met name suikerriet. Verder werden er mijnbedrijven opgericht. Voor het interne transport op de plantages en in de mijnen gebruikte men veelal smalspoor. Du Croo & Brauns in Weesp leverde daarvoor stoomlocomotieven van een bijzonder ontwerp.

In 1596 kwamen de eerste Hollanders aan in de Indische archipel, op het eilandenrijk dat nu grotendeels tot Indonesië behoort. Met de komst van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) kwam al snel de handel tot bloei, met name in specerijen. In 1808 werd in Nederlands-Indië onder leiding van gouverneur-generaal Daendels de eerste grote verkeersader aangelegd, de Grote Postweg genoemd, die op het eiland Java van west naar oost liep. Dat gebeurde met dwangarbeiders, van wie er duizenden bij de aanleg omkwamen.

In 1869 werd het Suezkanaal geopend en kon men in zes weken van Nederland naar Oost-Azië varen. Daarvoor duurde dat een maand langer. Een andere belangrijke ontwikkeling was de invoering van de Suikerwet in 1870. Vanaf dat moment konden Europese bedrijven zich in Nederlands-Indië vestigen om rietsuikerplantages te beginnen, maar bijvoorbeeld ook tabak- en rubberplantages en mijnen. Die kwamen er dan ook, in hoog tempo.

Ondertussen werd in 1873 de eerste spoorlijn op Java geopend. Rond 1900 beschikte Java over een uitgebreid spoor- en tramwegennet. Ook op het eiland Sumatra werden spoorlijnen aangelegd. De bouw van die lijnen vergemakkelijkte de export van allerlei producten via de havens aanzienlijk.

Bij de mijnen en op de plantages werd veel gebruik gemaakt van smalspoor voor het interne transport, bijvoorbeeld voor het vervoer van gekapt suikerriet van de velden naar de suikerfabrieken. Onder andere de Nederlandse fabriek Du Croo & Brauns leverde daar allerlei materieel voor. Bijzonder waren de stoomlocomotieven volgens het systeem van Mallet die Du Croo & Brauns bouwde: zo’n locomotief heeft twee afzonderlijke frames met elk twee eigen assen en twee eigen stoomcilinders. Het voorste frame kan zijdelings bewegen en het achterste zit vast aan de stoomketel. Die bouwwijze zorgt voor een grote trekkracht maar ook voor flexibiliteit en die kwamen beslist van pas op het bochtige smalspoor op de plantages.

Ontwikkeling:

Koloniën

Argumentatie:

Deze locomotief representeert de wijze waarop in voormalig Nederlands-Indië op de plantages gebruik werd gemaakt van smalspoor, dit geval om suikerriet vanaf de uitgestrekte plantages af te voeren naar de suikerfabrieken. Voorheen voerden door buffels getrokken wagens dat suikerriet af. Met de nieuwe, veel efficiëntere wijze van transport konden de plantages worden uitgebreid en kon de productie worden verhoogd.

Argumentatie object:

Deze stoomlocomotief is in Nederland gebouwd voor de rietsuikerindustrie op het eiland Java in voormalig Nederlands-Indië. De bijzondere constructie van de locomotief maakte haar bijzonder geschikt voor het werk waarvoor zij was bedoeld: het trekken van zwaarbeladen smalspoortreinen met suikerriet over licht smalspoor met krappe bogen.