Allard Rogier van Ravesteijn

Staatsspoorwegen

Stoomlocomotief SS 13 met rijtuig SS C 218 en veewagen SS 3517

Dit ensemble van stoomlocomotief, personenrijtuig en goederenwagen symboliseert de staatsbemoeienis met de aanleg van spoorwegen, vanaf 1860. In hoog tempo werd Nederland ontsloten door een spoornet, dat groeide van 335 kilometer in 1860 tot 2674 kilometer in 1890. Het zijn bovendien de oudste bewaard gebleven spoorwegvoertuigen in Nederland.

In 1839 opende de eerste spoorlijn in Nederland. Rond 1855 viel de spoorwegaanleg vrijwel stil. Vooral de hoge bouwkosten van bruggen verontrustte investeerders. Het parlement dwarsboomde regeringssteun voor spoorwegaanleg. In 1860 kwam er een wet voor spoorwegaanleg op staatskosten. De eerste staatsspoorlijn, van Breda naar Tilburg, opende in 1863. Snel volgde de lijn Leeuwarden-Harlingen. De overheid richtte voor de exploitatie in 1863 de particuliere NV Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen op (SS). Dat moest snel locomotieven, rijtuigen en wagens kopen. De Engelse fabriek Beyer, Peacock & Co. leverde daarom in aanbouw zijnde of voorradige locomotieven.

Vanaf 1865 kwam een serie van 74 locomotieven in dienst, waaronder Locomotief SS 13. Dit waren toen de krachtigste en snelste locomotieven in Nederland. Vanwege de lichte constructie bleven ze lang in dienst. De laatste locomotief van deze serie werd pas in 1933 afgevoerd. Locomotief 13 werd toen meteen apart gezet voor Het Spoorwegmuseum.

Rijtuig C 218 is het enig overgebleven exemplaar van een serie van 339 exemplaren. Het is het oudste personenrijtuig in Nederland (bouwjaar 1874). Dit derde klasse rijtuig had vijf coupés. Een toilet ontbrak. Door tussenwanden was het niet mogelijk om door het rijtuig te lopen. De conducteur moest buitenom! Elke coupé bood plaats aan tien reizigers op twee houten banken. De verlichting bestond uit twee olielampen. Overdag kwam licht door raampjes in de deuren. De reizigers in eerste en tweede klasse rijtuigen hadden meer ruimte en zaten op gestoffeerde banken.

Veewagen 3517 FO is de oudste bewaarde goederenwagen in Nederland. Het Staatsspoorwegennet was aanvankelijk verdeeld in een Noordernet en een Zuidernet, die niet met elkaar verbonden waren. De goed geventileerde wagen 3517 FO voor het Noordernet had ruimte voor zes koeien. ‘FO’ staat voor veewagen (F) met een vloeroppervlak van 15 m2 (O). Deze werd in 1921 buiten dienst gesteld en gereserveerd voor een toekomstig spoorwegmuseum.

Ontwikkeling:

Overheidstaken

Argumentatie:

Stoomlocomotief SS 13 maakte deel uit van een serie van 74 stuks, die dankzij de nieuwe bruggen over de grote rivieren met hun treinen van noord naar zuid en van oost naar west door het gehele land reden. Houten rijtuig C 218 bood 50 zitplaatsen op houten banken in vijf coupé's voor passagiers in de goedkoopste derde klasse. Daarmee werd het reizen per trein ook mogelijk voor de kleine man. Met veewagen 3517 FO konden koeien en ander vee op een relatief gemakkelijke en snelle manier vervoerd worden van en naar veemarkten, ook verder het land in. Op die wijze werd het afzetgebied voor vee aanzienlijk vergroot.

Argumentatie object:

Stoomlocomotief SS 13, personenrijtuig C 218 en veewagen 3517 FO zijn de oudste bewaard gebleven spoorwegvoertuigen in Nederland.

Locatie:

Het Spoorwegmuseum, Utrecht

http://www.spoorwegmuseum.nl/