RTM Ouddorp

Vroeg containervervoer

RTM laadkistenwagen 903/1038

De uitdaging van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij was om reizigers en goederen te vervoeren in een gebied met veel water en eilanden. De invoering van een vroege vorm van containervervoer was een middel om dat vervoer zo efficiënt mogelijk uit te voeren.

De Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (RTM) exploiteerde vanaf 1900 het interlokaal tramvervoer tussen Rotterdam en de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden. Ook opende zij veerdiensten tussen de eilanden. Zo verbond zij grote delen van Zuidwest-Nederland met de havenstad aan de Maas, die juist rond die tijd aan een onstuimige groei was begonnen. De RTM ontsloot een gebied vol met water en eilanden, wat vervoerstechnisch tot ingewikkelde situaties leidde. De RTM heeft daarmee zeker bijgedragen aan de bloeiende agrarische sector in dit deel van het land.

Net als voor andere stoomtrambedrijven was het goederenvervoer voor de RTM belangrijk. Zij vervoerde allerhande producten; landbouwproducten naar de stad en, andersom, middelen voor het levensonderhoud, bouw- en brandstoffen naar de bewoningskernen op het platteland.

Voor het goederenvervoer kocht de RTM sleepboten en sleepschepen (boten zonder motor) met een stuk spoor in het midden. Hierop werden complete goederenwagens overgezet. Daarnaast vervoerde zij ook standaard laadbakken per boot en tram: een vroege vorm van containervervoer.

Eind negentiende eeuw experimenteerden de spoorwegen al met een voorloper van het huidige containervervoer. Ook de RTM deed daaraan mee en stelde in 1915/16 een veertigtal onderstellen met dertig bijbehorende laadkisten (vijfentwintig open bakken en vijf gesloten bakken) in dienst. De onderstellen noemde de RTM ‘overgangswagens’. De laadkisten konden van de onderstellen worden gelicht met behulp van kranen, die bij de tramhavens aanwezig waren. De laadkisten werden dan geplaatst op de dekken van de veerboten. Bij de aankomsthaven stonden andere overgangswagens te wachten, waarop de laadkisten werden geplaatst. Laadkist 903 is van het gesloten type en voorzien van een viertal grote haken voor het ophijsen van de bak.

Ontwikkeling:

Containervervoer

Argumentatie:

De combinatie van overgangswagen 1038 en laadkist 903 is een mooi voorbeeld van de wijze waarop interlokale trambedrijven geografische uitdagingen in hun deel van het land tegemoet traden. Dit systeem van overgangswagens en laadkisten is door de RTM zelf ontwikkeld. De onderstellen en bakken zijn gebouwd door Allan in Rotterdam.

Argumentatie object:

De combinatie van overgangswagen 1038 en laadkist 903 is een voorbeeld van een van de manieren waarop de Nederlandse interlokale trambedrijven innoveerden in het begin van de twintigste eeuw. De Rotterdamsche Tramweg Maatschappij voerde toen al een vroege vorm van containervervoer in.

Locatie:

RTM Ouddorp, Ouddorp

Links: