Beneluxtrein

Elektrisch treinstel SNCB 220.902 ‘Beneluxtreinstel’

In 1957 kwam een mooie vorm van internationale samenwerking tot stand: de spoorlijn van Amsterdam naar Brussel kon helemaal elektrisch worden bereden. De Belgische en de Nederlandse spoorwegen schaften samen een serie van twaalf treinstellen aan voor dit traject.

Na de Tweede Wereldoorlog meende de NS-directie dat de stoomlocomotief geen toekomst meer had. Elektrische treinen konden zonder stoker, ze vroegen minder onderhoud, waren sneller beschikbaar en flexibeler inzetbaar. NS ging daarom snel verder met elektrificatie. Al in 1949 was Maastricht elektrisch bereikbaar. Andere lijnen, zoals naar Groningen en Leeuwarden, volgden snel. De elektrificatie van de spoorlijn Roosendaal-Antwerpen, onderdeel van de internationale verbinding Amsterdam-Brussel, liet langer op zich wachten. Maar in 1957 werd deze lijn dan toch van bovenleiding voorzien, een jaar voordat de Wereldtentoonstelling in Brussel werd gehouden.

De treinen in Nederland reden echter op 1500 volt en die in Belgiƫ op 3000 volt. Daar moesten dus technische oplossingen voor komen. Ten zuiden van Roosendaal kwam een spanningssluis: daar hield de Nederlandse bovenleiding op en begon de Belgische. Om te voorkomen dat een trein zou stilvallen op het korte bovenleidingloze gedeelte kwam de spanningssluis op een plaats waar de treinen een behoorlijke snelheid hadden.

Voor de Beneluxdienst tussen Amsterdam en Brussel zijn in 1957 twaalf treinstellen aangeschaft, bestaande uit elk twee rijtuigen. Die waren uiterlijk gebaseerd op de bekende hondekoptreinen van de NS, maar technisch weken ze daarvan af, omdat ze zowel op het Nederlandse net (1500 volt) als op het Belgische (3000 volt) moesten kunnen rijden. Ook de kleur was anders: donkerblauw met een brede gele band. Vier treinstellen werden door de Belgische spoorwegen aangeschaft en acht door de NS, ongeveer gelijk aan de verhouding tussen de af te leggen kilometers op Belgisch en op Nederlands gebied. Het was de bedoeling dat de treinen door zouden rijden van Brussel naar Luxemburg (vandaar de naam Benelux). Maar omdat de hellingen op dit traject te steil waren, is dat niet doorgegaan. In 1986 werden de treinstellen vervangen door ander materieel. Een aantal reed tot januari 1988 tussen Amsterdam en Vlissingen.

Ontwikkeling:

Internationale samenwerking

Argumentatie:

Benelux-treinstel NMBS 220.902 representeert een bijzondere vorm van internationale samenwerking tussen twee spoorwegmaatschappijen die samen een serie treinstellen lieten bouwen. Het ontwerp van de treinstellen was Nederlands en de gehele elektrische uitrusting Belgisch. Met deze treinstellen werd de dienst tussen de Belgische en de Nederlandse hoofdstad, tussen Brussel en Amsterdam, onderhouden.

Argumentatie object:

Benelux-treinstel NMBS 220.902 is het enige overgebleven exemplaar van een serie van twaalf treinstellen, bestemd voor de dienst tussen Amsterdam en Brussel.

Locatie:

Stichting Hondekop

Links: