Marco Moerland

Interlokale elektrische tram

Elektrische tram HTM 57 en aanhangrijtuig HTM 118

De Haagsche Tramweg-Maatschappij had naast een tramnetwerk in de stad Den Haag ook drie interlokale tramlijnen, onder andere naar Leiden via het villadorp Wassenaar. Dat kon dankzij de goede verbinding met Den Haag uitgroeien tot een forensengemeente. Voor die lijnen werden in 1923-1925 een aantal grote en sterke trams gebouwd.

De Haagsche Tramweg-Maatschappij (HTM) had naast een tramnetwerk in Den Haag ook drie zogenoemde intercommunale (of interlokale) tramlijnen, naar Delft, naar Voorburg en naar Leiden (via Wassenaar). De lijn naar Delft was al in 1866 geopend als paardentramlijn. De lijn naar Voorburg was daarvan een zijtak. De tramlijn via Wassenaar naar Leiden werd aangelegd in 1923-1925 en droeg sterk bij aan de groei en bloei van het forensendorp Wassenaar.

De HTM schafte voor de Haagse buitenlijnen in 1923-’25 dertig grote vierassige buitenlijnmotorwagens (serie 51-80) en twintig bijpassende vierassige bijwagens (serie 101-120) aan. De firma Linke Hofmann Lauchhammer in Keulen bouwde de motorwagens. Allan in Rotetrdam bouwde de bijwagens. De motorrijtuigen hadden twee kleine eindbalkons en een ruim middenbalkon met tussenliggende afdelingen. De aanhangrijtuigen waren zeer fraai uitgevoerd en kregen al snel de bijnaam ‘salonrijtuig’.

Op het stadsnet van de HTM stond een spanning van 600 volt, maar de buitenlijnen waren geëlektrificeerd met 1200 volt. De motorwagens voor de buitenlijnen waren hierop ingericht. Het gevolg daarvan was dat deze in de stad Den Haag op halve kracht reden. Karakteristieke kenmerken van de interlokale trams zijn de luchtreminstallatie om de zware tramstellen veilig tot stilstand te brengen, de luchtfluit, de dubbele koplampen en het comfortabele interieur voor de lange tramritten.

Er reed ook een tram van de Noord-Zuid-Hollandsche Tramweg-Maatschappij (NZH) van Den Haag naar Leiden, maar die volgde een route via Voorschoten en niet via Wassenaar. De NZH reed met blauwe trams; ter onderscheiding werden de trams van de HTM in Leiden aangeduid als de ‘gele tram’.

Voor de tramlijn van Den Haag naar Leiden viel in 1961 het doek en voor de zijlijn naar Voorburg in 2011. De lijn naar Delft is nog altijd in gebruik, maar is in 1965 omgeschakeld naar 600 volt en is geen echte buitenlijn meer.

Ontwikkeling:

Woon-werkverkeer

Argumentatie:

Forensengemeenten als Haren, Bussum, Zeist en Wassenaar dankten aan het eind van de negentiende en in de eerste helft van de twintigste eeuw hun groei vooral aan de aanleg van nieuwe spoorwegen en tramlijnen. Door de interlokale tram kon de midden- en bovenklasse verder van het werk in de grote stad (in dit geval Den Haag) gaan wonen, in dit geval in een luxe forensengemeente als Wassenaar.

Argumentatie object:

Dit grote tramstel was bestemd voor interlokaal verkeer met relatief zwaar vervoer. Motorrijtuig HTM 57 is in 1923 gebouwd door Linke Hofmann in Duitsland). De bijwagen HTM 118 is in 1924 door Allan in Rotterdam gebouwd. Het tramstel behoort tot de collectie van het Haags Openbaar Vervoer Museum en wordt regelmatig ingezet op het Haagse tramnet.

Locatie:

Haags Openbaar Vervoer Museum, Den Haag

Links: