Industrielocomotief

Diesellocomotief SM 130

De Nederlandse staat exploiteerde van 1906 tot 1973 diverse steenkolenmijnen in Zuid-Limburg. Voor de afvoer van kolen werd een uitgebreid spoorwegnet aangelegd en eigen materieel aangeschaft. In de jaren ’50 verving men de stoomlocomotieven van de Staatsmijnen door diesellocomotieven. Locomotief SM 130 is daarvan een voorbeeld.

Tegen het einde van de negentiende eeuw groeide de vraag naar steenkool. In 1899 benoemde de Nederlandse regering de Commissie voor de Mijnen. Die kreeg als taak te onderzoeken of het wenselijk was dat de overheid zelf kolenmijnen ging exploiteren. De Mijnwet van 24 juni 1901 maakte dat mogelijk: de staat kon in Limburg kolenmijnen gaan exploiteren, waarbij de staat de mijnen in eigendom kreeg. Hiervoor werd op 1 mei 1902 de onderneming Staatsmijnen in Limburg opgericht. In totaal zijn er vier Staatsmijnen in bedrijf geweest: de Staatsmijn Wilhelmina, de Staatsmijn Maurits, de Staatsmijn Hendrik en de Staatsmijn Emma. De eerste werd in 1906 geopend en de laatste in 1973 gesloten.

Voor de afvoer van de kolen maakte de Staatsmijnen gebruik van een eigen dubbelsporige spoorlijn van de Staatsmijn Hendrik, via station Nuth en Staatsmijn Maurits, naar de haven van Stein aan het Julianakanaal. Hierop reed men met eigen locomotieven en speciale goederenwagens, waarmee de gedolven steenkool werd afgevoerd.

Door de afschaffing van de stoomlocomotieven bij de Staatsmijnen werden er in de jaren 1950 bij diverse fabrikanten diesellocomotieven aangeschaft, want de aardgasbel bij Slochteren was nog niet in beeld. Een van die fabrikanten was Klöckner-Humboldt-Deutz in Keulen. Deze stelde een standaardontwerp voor dat ook aan de Luxemburgse spoorwegen was geleverd. Op verzoek van de Staatsmijnen werd het ontwerp aangepast; het Staatsmijnontwerp is ten opzichte van het standaardontwerp lager en de cabine is met 50 cm verlengd, zodat de machinist meer ruimte heeft en een beter uitzicht. Deutz fabriceerde tussen 1954 en 1958 14 machines volgens de specificaties van de Staatsmijnen. De machine met het nummer SM 130 kwam in 1958 in dienst bij de Staatsmijnen. Deze was voornamelijk gestationeerd op de Staatsmijn Maurits en bij de beide cokesfabrieken Maurits I en Emma II. In 1969 werd loc 130 door de sluiting van de Limburgse steenkolenmijnen verkocht aan Akzo Nobel te Arnhem.

Ontwikkeling:

Overheidstaken

Argumentatie object:

Het object representeert een belangrijke ontwikkeling in de geschiedenis van het Nederlandse railvervoer, te weten de overgang van stoom- op dieseltractie bij het industriële railvervoer. Als enig overgebleven exemplaar is het object uniek te noemen.

Locatie:

Simpelveld

Links: